Page content

article content

Het grootste misverstand bij workshops

Wil jij ook workshops geven?

Afgelopen week sprak ik een aantal mensen, die twijfelen of ze workshops gaan geven. Het verlangen is er, maar de angst ook (en vaak liggen beide dicht tegen elkaar aan).

Ik vroeg wat hun grootste problemen waren met workshops, wat de redenen zijn dat ze aarzelen. Wat ik hoorde, was:

“Ik denk altijd dat het over mij gaat als een deelnemer een wenkbrauw optrekt of bedenkelijk kijkt”.

“Ik ben bang dat ik niet genoeg vakkennis heb en dat mijn deelnemers me iets vragen wat ik niet weet”.

“Ik wil mijn deelnemers veel kennis meegeven, maar ik weet niet hoe ik dat in een goed programma kan gieten”.

“Ik vind het moeilijk als mensen in de weerstand gaan tegen mijn programma”.

Misschien herken jij je wel in deze opsomming en misschien weet je er nog wel meer. Alle opmerkingen zijn goede redenen om nog eens goed na te denken of je écht wel workshops wilt geven. Als je het zo bekijkt, is het maar een hele ingewikkelde en spannende bezigheid.

Mij valt iets anders op als ik dit soort problemen hoor.

Al deze zinnen beginnen namelijk met het woord ‘ik’. ‘Ik ben bang dat…’ ‘ik wil iets vertellen maar…’, ‘ik wil dat de deelnemers…’

Maar stel jezelf nu eens de volgende vraag. Ben jij als workshoptrainer eigenlijk wel de belangrijkste persoon in je workshop? Gaat het echt allemaal om jou? Of gaat het misschien over je deelnemers, om de mensen die naar de workshop komen om iets te leren?

Als je gaat denken over het geven van workshops, en je begint je gedachten met ‘de deelnemer’ in plaats van met ‘ik’, dan gebeurt er iets heel nieuws. Dan kun je de vorige bedenkingen veranderen in:

“De man die naar het plafond staart heeft het misschien moeilijk met zichzelf”.

 “Die vrouw stelt een goede hele goede vraag. Misschien weet een andere deelnemer het antwoord. Zo leren de deelnemers mooi van elkaar”.

“De deelnemer die niet mee wil doen met een bepaald onderdeel van het programma heeft daar waarschijnlijk een hele goede reden voor”.

De belangrijkste omdraaiing heb ik voor het laatst bewaard. En dat is:

“in een workshop gaat het niet om wat jij wilt vertellen, maar om wat je deelnemer wil horen”.

Dit is het grootste geheim van opvallend goede workshops.

Het gaat om de deelnemer

Als je denkt over het ontwerp of over het aanbieden van je eigen workshop, begin dan al je gedachten en zinnen met ‘de deelnemer’ en niet met het woord ‘ik’. Verdiep je in de problemen en de behoeften van je deelnemers en begin van daaruit te werken. De deelnemer is daarmee geholpen.

En jij uiteindelijk ook. Want als het toch niet om jou gaat, dan hoef je ook niet bang te zijn dat je het slecht doet!

Extra Tip 1: Stel je deelnemer voorop. Bedenk wat hij of zij nodig heeft: aan kennis, aan oefeningen, aan de inrichting van een veilige leeromgeving.

Extra Tip 2: Download dan het 5 stappenplan van Workshoptrainer: Met dit stappenplan maak je opvallend goede workshops en programma’s die altijd voor minimaal 90% volgeboekt zijn.

Comment Section

1 reactie op “Het grootste misverstand bij workshops


Door Eva | Workshop op 22 juni 2012

Een workshop kan moeilijk mislukken als je inderdaad de deelnemers centraal stelt. En als je dan nog zorgt dat je het doel van de workshop goed bepaald is het een succes. Eva Joos.

Plaats een reactie


*